Uitspraken Hoge Raad 

Hoge Raad, 19 mei 2017: Hoge Raad beslist opnieuw in het voordeel van aandelenleasegedupeerden

Op 19 mei 2017 bepaalde ons hoogste rechtscollege dat er in bepaalde gevallen geen sprake is van verjaring. De Duisenbergregeling en de procedure om deze regeling voor iedereen te laten gelden, hebben de verjaring opgeschort. Hierdoor kan een groep van ongeveer 1500 gedupeerden alsnog aanspraak maken op volledige vergoeding van hun schade. De in hun zaak aan Dexia gestuurde brief om het contract te vernietigen, is volgens de rechters op tijd verzonden en dus rechtsgeldig. In de afgelopen 2 jaar heeft de Hoge Raad nu zesmaal uitspraak gedaan in het voordeel van aandelenleasegedupeerden. Lees hier de uitspraak.

Hoge Raad, 21 april 2017: Oneerlijke praktijken Dexia afgestraft

De Hoge Raad heeft op 21 april 2017 bepaald dat de voorwaarden die Dexia hanteerde bij aandelenleasecontracten oneerlijk en daarmee ongeldig zijn. Jarenlang bracht Dexia op grond van haar voorwaarden boetebedragen bij klanten in rekening. Volgens de Hoge Raad zijn deze voorwaarden in strijd zijn met de Europese Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het gevolg van de uitspraak is dat Dexia een deel van de ten onrechte geïncasseerde boetebedragen aan haar klanten moet terugbetalen. Dit is maar liefst de vijfde zaak in relatief korte tijd die de Hoge Raad in het nadeel van Dexia beslist. Lees hier de uitspraak.

Hoge Raad, 3 februari 2017: Dexia verliest opnieuw bij Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in de aandelenlease-affaire Dexia opnieuw in het ongelijk gesteld. Volgens de uitspraak van 3 februari 2017 moet winst uit een eerder contract op een andere wijze verrekend worden dan Dexia tot nu toe deed. Het gevolg is dat gedupeerden recht hebben op een hogere vergoeding die kan oplopen tot duizenden euro’s per contract. Dit is de vierde zaak in relatief korte tijd die de Hoge Raad in het nadeel van Dexia beslist. Eerder werd bepaald dat Dexia gedupeerden voor 100% schadeloos moet stellen als het contract door een tussenpersoon was geadviseerd. De Hoge Raad bepaalde daarnaast dat een veel grotere groep gedupeerden met succes een beroep kan doen op het ontbreken van de vereiste handtekening van de echtgenoot en langs die weg aanspraak kan maken op volledige schadevergoeding. Verder moet Dexia ook nog van de Hoge Raad meer wettelijke rente vergoeden, wat gelet op de verstreken tijd kan leiden tot een verdubbeling van het schadebedrag. Lees hier de uitspraak.

Hoge Raad, 2 september 2016: 100% vergoeding bij tussenpersoon

Aanbieders zoals Dexia en Aegon moeten klanten die het aandelenleasecontract via een tussenpersoon afsloten voor 100% compenseren. Deze tussenpersonen beschikten niet over de vergunning die vooradvisering nodig was. De Hoge Raad rekent het de aanbieders zwaar aan dat zij toestonden dat advisering via deze tussenpersonen zonder vergunning plaatsvond. Het gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad is dat gedupeerden hun volledige inleg inclusief wettelijke rente kunnen terugkrijgen en dat hun eventuele restschuld wordt kwijtgescholden.Lees hier de uitspraak.

Hoge Raad, 9 oktober 2015: Leaseproces boekt belangrijk succes voor aandelenleasegedupeerden

De Hoge Raad heeft op 9 oktober 2015 een belangrijke uitspraak gedaan in de aandelenlease-affaire. Hierdoor kan een grote groep gedupeerden alsnog aanspraak maken op volledige vergoeding van de schade. De kern van de uitspraak van de Hoge Raad is dat gedupeerden de uitkomst van de collectieve procedure die destijds was aangespannen door de Stichting Eegalease en de Consumentenbond mochten afwachten. Hun vordering is niet verjaard. Lees de uitspraak hier.

Hoge Raad, 1 mei 2015: Vergoeding wettelijke rente

Op 1 mei 2015 bepaalde de Hoge Raad dat de wettelijke rente vergoed dient te worden vanaf de datum waarop de inleg is betaald. Dat deze datum belangrijk is, blijkt wel uit het feit dat de schadevergoeding hierdoor tot 50% hoger kan worden. Het standpunt van het gerechtshof Amsterdam, -die altijd oordeelde dat de rente vanaf het einde van het aandelenleasecontract moest worden berekend- is hiermee komen te vervallen. Lees de uitspraak hier.

Hoge Raad, 5 juni 2009: Onaanvaardbaar zware last

De uitspraak van de Hoge Raad in een drietal effectenleasezaken komt, kort samengevat, hierop neer:

Als de financiële positie van de afnemer bij het sluiten van de contract(en) niet voldoende was om aan de betalingsverplichtingen (termijnbetalingen + mogelijke restschuld) te voldoen, had de aanbieder het sluiten van de contract(en) moeten afraden. Door dat niet te doen, is de aanbieder de zorgplicht ten opzichte van de afnemer niet nagekomen en komt een deel van het verlies (inleg + restschuld) voor rekening van de aanbieder. De Hoge Raad geeft daarbij als richtlijn aan dat in dit soort gevallen 60% van de schade (inleg + restschuld) voor rekening van de aanbieder komt en 40% voor rekening van de afnemer.

Als de financiële positie van de afnemer bij het sluiten van de contract(en) zodanig was dat hij het totale mogelijke verlies wel kon opvangen, dan komt tweederde van de restschuld voor rekening van van de aanbieder en blijft eenderde van de restschuld alsmede het verlies van de inleg voor rekening van de afnemer. In veel zaken geldt dat het mogelijke verlies aanzienlijk hoger was dan het werkelijke verlies.

Zie voor de uitspraken:

Uitspraak Dexia-zaak
Uitspraak Aegon-zaak
Uitspraak Levob-zaak